Calamiteitenprotocol en meldingsformulier
  • Calamiteitenprotocol en meldingsformulier

  • Dit formulier is bedoeld voor de trainer om te weten welke stappen er moeten worden doorlopen om jezelf en de ander zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. 

  • Type incident*
  • Alarmeren

    Schat je in dat het een ernstig (sport)ongeval is? En dat de situatie bedreigend is voor het leven of de gezondheid van de deelnemer? Of is er risico op zo’n situatie?

    Dan is met spoed deskundige hulp nodig en moet je alarmeren. Bijvoorbeeld een ongeval met een open breuk of een onnatuurlijk stand van een been of een arm.

    Alarmcentrale
    Bel 1-1-2! Je oproep komt binnen bij één van de alarmcentrales.


    + Vertel waar hulp nodig is en welke dienst je nodig hebt: politie, brandweer of ambulance. Je word gelijk doorverbonden met die hulpverleningsdienst.
    + Vertel wat er aan de hand is, de ernst van de situatie en de fysieke toestand van de deelnemer en het adres van waar jij je je bevind. 

    Ouders & verzorgers 
    Daarna contact je direct de ouders of verzorgers.

  • Protocol voor brand

    Beginnende of kleine brand

    Bij een beginnende of kleine brand kan je een blusdeken of een vochtige handdoek gebruiken. Maar wanneer een brand al te ver ontwikkeld is of als er al te veel rook hangt, moet je snel reageren:

    • Sla meteen alarm en zorg dat iedereen het pand verlaat.
    • Bel 1-1-2.

    Ingesloten door brand


    Gebruik in eerste instantie alle mogelijke middelen om de buitenwereld te laten weten dat u vastzit. Dat kan door het noodnummer te bellen of de aandacht te trekken van de omstaanders.

    Wanneer de brandweer ter plaatse is, zullen zij eerst de hoogste prioriteit geven aan het redden van personen die mogelijk nog in het gebouw zitten.
    Voor de brandweer er is, is het belangrijk om er voor te zorgen zo weinig mogelijk rook binnen te krijgen.Probeer deuren te sluiten en dicht spleten af met vochtige doeken en ramen te openen. Mocht dit niet lukken, blijf altijd laag op de grond! Door het inademen van teveel rook kan dit ernstige schade opleveren en zelfs verstikking.

  • Om wat voor soort ongeval gaat het?*
  • Bewusteloos of flauwgevallen

    Hoe handel je?


    1. Is een deelnemer niet (helemaal) bij bewustzijn? Laat hem dan liggen.
    2. Maak knellende kleding los en zorg voor frisse lucht.
    3. Probeer met de deelnemer in gesprek te gaan en blijf bij hem. De situatie kan  per seconde verbeteren of verslechteren.
    4. Komt de deelnemer snel bij? Laat hem dan +/- 10 minuten liggen. Heeft de deelnemer na jouw hulp nog verdere deskundige hulp nodig? ga dan samen langs de huisartsen post of spoedeisende hulp.
    5. Blijft een deelnemer bewusteloos? Laat dan iemand met kennis van EHBO de
    ademhaling controleren. Mocht de ademhaling compleet wegblijven dan is er reanimatie nodig (30-2) Is er niemand met EHBO-kennis of -ervaring aanwezig? Handel dan volgens stap 6.
    6. Blijf zelf bij de deelnemer. Geef iemand anders de opdracht 1-1-2 te bellen.
    7. Leg de bewusteloze deelnemer (als reanimatie niet nodig is) in de stabiele zijligging met de mond schuin naar de grond gekeerd.Zo voorkom je dat
    de deelnemer mogelijk stikt in zijn eigen tong of braaksel.
    8. Bij een rochelende, snurkende of piepende ademhaling wordt de luchtweg waarschijnlijk belemmerd door bijvoorbeeld braaksel of bloed. Maak met een gaasje of een schone doek de mond schoon.
    9. Dek de deelnemer af met een deken of kleding om onderkoeling te voorkomen.

  • Blaren

    Hoe behandel je een blaar?


    1. Plak een blaar die dicht is dakpansgewijs af met reepjes van een kleefpleister of een speciale blarenpleister.
    2. Ontsmet de blaar vooraf met een ontsmettingsmiddl zoals alchohol of jodium.
    3. Prik de blaar alleen door als de druk te groot wordt of als de blaar te pijnlijk wordt!
    4. Prik de blaar door met een blarenprikker of steriele naald. Je kan de naald ontsmetten door hem kort in een vlam te houden, maar laat de naald niet zwart worden.
    5. Prik de blaar op twee plaatsen aan de rand door en druk het vocht eruit met een steriel gaasje.
    6. Ontsmet de blaar achteraf weer met ontsmettingsmiddel.
    7. Dek de doorgeprikte blaar af met een wondpleister. Of met een steriel gaasje met reepjes van een kleefpleister. En houdt de wond de komende dagen goed in de gaten, de kans op infectie is hierbij het grootst. Merk je dat het toch gaat infecteren? bel dan je huisarts. Meestal geneest de wond vanzelf weer.

  • Bloedhygiëne en wonden

    bloedhygiëne

    Bloed kan een transportbron zijn voor allerlei infectieziekten zoals AIDS en Hepatitis B.
    Goede bloedhygiëne is daarom zeer belangrijk. Er bestaat namelijk een reëel besmettingsgevaar bij het verzorgen van wonden. Je eigen veiligheid zet je voorop door bloedcontact te vermijden!


    1. Zorg voor een complete EHBSO-kit, zodat je voldoende materialen hebt om wonden te behandelen.
    2. Was je handen met zeep voor en na het verzorgen van de wond.
    3. Draag altijd handschoenen bij het verzorgen van een wond.
    4. Stelp de bloeding door rechtstreeks druk op de wond uit te oefenen.
    5. Het kan makkelijk zijn, om altijd extra kleding te hebben op zowel kantoor of de sportvereniging zodat de deelnemer zich kan omkleden.

    Wonden met veel bloedverlies

    1. Laat de deelnemer altijd liggen.
    2. Breng het gewonde lichaamsdeel omhoog en oefen druk uit op de wond met een steriel wonddrukverband. Als er geen EHBO kit aanwezig is, zoek dan naar alternatieven waarmee je druk op de wond kunt uitoefenen.
    3. Stopt de bloeding? Leg dan een kompres aan.
    4. Stop de bloeding niet en verslechtert de situatie? Bel 1-1-2!
    5. Stopt de bloeding niet en verslechtert daarbij de situatie niet? Ga dan samen naar de
    (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

    Wonden met weinig bloedverlies

    1. Is de oppervlakkige wond klein? Spoel deze dan schoon met water en gebruik hierbij geen zeep.
    2. Is de oppervlakkige wond groot? Dek deze dan steriel af met een verband of pleister.
    3. Laat de wond daarna zoveel mogelijk drogen aan de lucht. Dit zorgt ervoor dat de wond beter geneest.
    4. Heb je het vermoeden dat een snijwond gehecht moet worden? Ga dan samen naar de
    (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

  • Epilepsie

    Hoe te handelen?

    1. Zorg dat de deelnemer zich niet kan verwonden. Maak de directe omgeving van de deelnemer vrij van obstakels. En leg iets zachts onder het hoofd. Of houd het hoofd zo vast dat tegen de grond stoten onmogelijk is.
    2. Probeer de deelnemer niet vast teb houden, maar begeleid de bewegingen van armen, benen en het hoofd.
    3. Zorg er na een aanval voor dat de deelnemer goed kan blijven ademen. Leg hem in een stabiele zijligging.
    4. Maak knellende kleding los.
    5. Blijven de aanvallen elkaar opvolgen? Laat iemand dan 1-1-2 bellen.

  • Chronische blessures

    Chronische blessures fase 1 en 2: hoe handel je?


    Heb je alleen pijn na het trainen of als je begint? Probeer dan je trainingsschema aan te passen.Train minder vaak en minder lang. En zorg er ook voor dat je minder
    intensief traint. Neem voldoende rust tussen trainingen door om goed te herstellen. De pijn zou hierdoor moeten verdwijnen. Is de pijn na 2 weken nog niet weg? Raadpleeg dan een huisarts, sportarts of een sportfysiotherapeut.


    Chronische blessures fase 3 en 4: hoe handel je?


    Heb je pijn tijdens het trainen? Of zelfs pijn in rust? Raadpleeg dan gelijk een huisarts, sportarts of een sportfysiotherapeut.

     

  • Hersenschudding

    Constateer je één (of meerdere) van onderstaande verschijnselen bij de deelnemer na een harde val of klap? Raadpleeg dan een (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis en volg het advies op wat vanuit daar gegeven wordt. Eventueel kun je de deelnemer paracetamol geven tegen die pijn. Andere middelen mogen niet!

    verschijnselen hersenschudding:

    + Fors toenemende hoofdpijn
    + Aanhoudende misselijkheid
    + Herhaald braken
    + Verwardheid
    + Sufheid

  • Kneuzingen, letsel aan gewrichten, boten en spieren

    kneuzing

    1. Probeer de verwonding minimaal 10 minuten te koelen met een cold-pack en leg altijd een doek tussen de huid en de cold-pack. Als het goed is vermindert dit de zwelling en pijn. Wordt dit juist erger? stop dan onmiddelijk met koelen.
    2. Zorg dat de deelnemer het lichaamsdeel niet beweegt of gebruikt om op te steunen.
    3. Leg een druk verband aan door iemand die weet hoe dit moet.
    4. Plaats het lichaamsdeel omhoog.
    5. Twijfel je over de ernst van de verwonding? Ga dan samen naar de (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.
    6. Masseer de kneuzing of verstuiking nooit, hierdoor kunnen klachten langer aanhouden.

    Botbreuk of ontwrichting

    1. Houd het gewonde lichaamsdeel zo onbeweeglijk mogelijk.
    2. Bel bij een het vermoeden van een gebroken been altijd 1-1-2. Bij een beenbreuk kan er namelijk soms sprake zijn van interne bloedingen.
    3. Ga met een gebroken arm of enkel direct samen naar de (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. En laat het slachtoffer zelf de gewonde arm ondersteunen.
    4. Bij het vermoeden van een botbreuk of ontwrichting pas je nooit kou toe op de verwonding!

     

    Verstuikte enkel

    1. Vraag de deelnemer of hij de enkel kan belasten. Ondersteun de persoon als het nodig is. Zo voorkom je dat de enkel niet opnieuw verstuikt.
    2. Kan de deelnemer de enkel niet belasten en heeft hij hevige pijn? Probeer de plek dan te koelen (zie kneuzing) Is het om wat voor reden dan ook niet mogelijk om de plek te koelen, start dan direct met inmobiliseren (zie kneuzing)
    3. Twijfel je? Of is er sprake van een ernstig bandletsel of breuk? Ga dan samen naar de (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

  • Kramp

    Hoe te handelen?

    1. Laat de deelnemer ontspannen zitten of liggen.
    2. Probeer de verkramping eruit te krijgen door de verkrampte spier losjes te schudden.
    3. Helpt schudden niet? Probeer dan het volgende:
    + in de kuitspier: strek het been en trek de tenen op. Laat daarna even los. Herhaal
    deze handeling als het nodig is. Verdwijnt de kramp niet op deze manier? Vraag de
    deelnemer dan voorzichtig de kuitspier te rekken door zijn tenen richting het gezicht
    te drukken.
    + onder de voet: breng de tenen zoveel mogelijk richting scheenbeen.
    + achterkant van het bovenbeen: strek het been en breng de romp (neus) van je voet richting het gestrekte been.

  • Moeite met ademhalen (astma aanval)

    Hoe handel je bij een astma aanval?

    1. Vraag de deelnemer bij een ongeval (of omstanders die de deelnemer kennen) of hij/zij bekend is met astma/COPD en of hij/zij medicatie bij zich heeft.
    2. Probeer de deelnemer te kalmeren. Laat diegene rustig ademen. Het helpt om dit voor te doen aan de deelnemer.
    3. Verdwijnt de aanval van benauwdheid bij de deelnemer niet snel en is er geen medicatie beschikbaar? Neem dan zo snel mogelijk contact op met een (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

  • Oogletsel

    Hoe te handelen?

    1. Adviseer de deelnemer om niet in het oog te wrijven.
    2. Help de deelnemer het vuiltje uit het oog te verwijderen. Doe dit alleen als het vuiltje op het oogwit zit. Gebruik hiervoor de punt van een schone zakdoek. Is het vuiltje verwijderd? dan zal de irritatie meestal binnen 24 uur verdwijnen.
    3. Kan het vuiltje niet worden verwijderd? Zit het vuiltje op het oog zelf? Of blijven de
    klachten van het oog aanhouden? Raadpleeg dan een arts voor advies.
    4. Is het oogletsel ernstiger dan een vuiltje in het oog? Schakel dan altijd direct een arts in. Doe dit voor ieder ernstig oogletsel.

  • pijn op de borst

    Hoe te handelen?

    1. Adviseer de deelnemer om rustig te gaan zitten of liggen.
    2. Vraag de deelnemer of hij/zij deze klachten vaker heeft en of hij/zij medicatie van een arts hiervoor heeft.

    3. Merk je dat je pijn erger wordt en dat de deelnemer minder aanspreekbaar is en wit wegtrekt? of klachten dat de pijn uitstraalt naar de schouder(s) of tintelingen in de vingers? Bel direct 1-1-2!

     

     

     

  • Steken in de zij

    Hoe te handelen?

    1. Laat de deelnemer rustiger sporten en laat hem/haar goed doorademen.
    2. Als dat niet helpt, adviseer de deelnemer dan even te stoppen met sporten.
    3. Adviseer hem/haar zich lang te maken door de armen ver boven het hoofd uit te rekken. Hierdoor geef je de longen meer ruimte.
    4. Mocht dit niet helpen laat hem/haar eventueel even op de rug liggen.


    Hoe voorkom je steken in de zij?

    • Eet geen zware maaltijden vlak voor het sporten.
    • Start met een goede warming-up, waarbij de snelheid en intensiteit van de inspanning geleidelijk worden opgevoerd.

     

  • Suikerziekte

    Belangrijk:

    Weet als coach, begeleider of hulpverlener altijd of jouw deelnemers/cliënten suikerziekte hebben. Houdt dit bijvoorbeeld elk trimester bij.

    Een ‘hypo’ (lage bloedsuikers) kun je herkennen aan:

    • zweten
    • hartkloppingen
    • gapen
    • duizeligheid
    • verwardheid
    • beven of rusteloosheid
    • tintelingen in handen, voeten of lippen
    • wazig of dubbelzien

    Hoe te handelen?


    Is de deelnemer bewusteloos?
    1. Kan een deelnemer door een stoornis in het bewustzijn niet meer zelf eten of drinken?
    Bel dan 1-1-2. Geef niet zelf eten en drinken aan de deelnemer en handel op dezelfde manier al bij bewusteloosheid en flauwvallen (zie bewusteloos of flauwgevallen)


    Is de deelnemer bij bewustzijn?
    1. Geef hem/haar dan extra koolhydraten, zoals suikerklontjes, druivensuiker,
    jus d’orange of zoete frisdrank.
    2. Geef hem/haar daarna iets te eten, bijvoorbeeld een mueslireep.
    3. Blijf bij het slachtoffer totdat hij/zij zich weer wat beter voelt. En laat hem/haar het glucosegehalte in zijn bloed controleren. Vraag zo nodig telefonisch advies van een arts of de verzorgers/ouders van de deelnemer.

     

  • Tand eruit

    Hoe te handelen?

     1. Geef een ander de opdracht een tandarts te bellen en vraag of de deelnemer met spoed kan langskomen.
    2. Probeer de (stukjes) tand zo goed en snel mogelijk bij elkaar te zoeken.
    3. Mocht je de uitgeslagen tand vinden, pak deze dan voorzichtig op en spoel deze alleen bij zichtbare vervuiling kort schoon met melk of koud water.
    4. Zorg ervoor dat de tand niet uitdroogt. Bewaar de tand in een bekertje met wat melk, een zoutoplossing of water.
    6. Zorg ervoor dat het slachtoffer zo snel mogelijk naar een tandarts gaat. Deze kan de tand(delen) soms nog terugplaatsen.

     

     

  • Had jij je EHBO koffer bij je?*
  • Wie heb je ingelicht?*
  • tot slot

    Het kan best zijn, dat de docent/coach/deelnemer na een heftig ongeval emotionele schade heeft opgelopen. Wees nooit bang om dit te delen! Praat hierover met je leidinggevende.

    Ook kun je hierover in gespek met Marloes Frederiks (social worker) en Anton Frederiks als je de behoefte hebt om het er toch even over te hebben. De reactie op trauma verschilt namelijk erg sterk per persoon, wees nooit bang om hierover in gesprek te gaan als je merkt dat je er last van hebt/krijgt.

     

    Marloes Frederiks: m.frederiks1995@gmail.com ( voel je vrij een email te sturen )

  • Should be Empty: