Ben jij toe aan een nieuwe uitdaging?
Beantwoord een paar vragen en ontdek of een baan als docent in het voortgezet onderwijs bij je past!
Terug
Start
1. Stel je bent docent en een leerling begrijpt jouw uitleg niet. Je ziet dat hij gefrustreerd raakt. Wat doe je?
Je herhaalt de uitleg nog eens; herhaling helpt!
Je vraagt de leerling wat er precies onduidelijk is. Zo kun je het op een andere manier uitleggen.
Je negeert het en gaat verder met de les. Je kunt immers niet elke leerling apart helpen.
Je vraagt een andere leerling om het uit te leggen. Dit bespaart jou tijd.
Terug
Volgende
2. Stel je bent docent en tijdens een toets klaagt een groep leerlingen dat de vragen te moeilijk zijn. De sfeer wordt erg onrustig. Hoe pak je dit aan?
Je zegt dat je de toets niet kan aanpassen en geeft aan dat ze gewoon de toets moeten afmaken.
Je blijft rustig en legt uit dat je hun feedback later zult bekijken. Vervolgens vraag je of ze toch hun best willen doen om de toets af te maken.
Je stopt de toets en kondigt aan dat je een eenvoudigere versie gaat maken. Deze toets maken ze op een later moment.
Je roept de klas tot stilte en negeert de klachten.
Terug
Volgende
3. Stel je bent docent en je hebt jouw les van vandaag goed voorbereid. Tijdens het geven van deze les merk je alleen dat de meeste leerlingen het onderwerp al begrijpen. Ze beginnen zich zichtbaar te vervelen. Hoe ga je om met deze situatie?
Je volgt je eigen planning om het onderwerp volledig te behandelen.
Je vraagt leerlingen die het begrijpen om anderen te helpen.
Je bedenkt ter plekke extra uitdagende opdrachten voor de leerlingen die het al snappen.
Je vraagt de klas om feedback en gebruikt deze om de les aan te passen in een het volgende blok.
Terug
Volgende
4. Stel, als docent krijg je na een proefles feedback van een collega dat je uitleg helder was, maar dat je weinig ruimte gaf voor interactie met de leerlingen. Hoe reageer je?
Je bedankt je collega voor de feedback en vraagt om voorbeelden. Je wilt dit namelijk graag verbeteren!
Je legt uit dat je weinig interactie toeliet omdat je je wilde focussen op de inhoud van de les zoals je het had voorbereid.
Je neemt de feedback mee, maar verandert voorlopig niets aan de manier van lesgeven. Je weet namelijk niet zeker hoe je het anders moet doen.
Je besluit direct meer vragen te stellen aan leerlingen in de volgende les, zonder verder na te denken over de feedback die je had ontvangen.
Terug
Volgende
5. Stel je bent docent en twee leerlingen komen naar je toe omdat ze vinden dat een opdracht niet eerlijk beoordeeld is. Wat doe je?
Ik luister naar hun feedback en beoordeel hun punten zorgvuldig, eventueel samen met hen.
Ik leg uit dat ik de beoordeling heb gemaakt en dat ik er zeker van ben dat het eerlijk is.
Ik vraag hen om later met een voorstel te komen, zodat ik er rustig naar kan kijken.
Ik zeg dat ze het maar moeten accepteren, want een beoordeling kan nu eenmaal niet worden teruggedraaid.
Terug
Volgende
6. Stel je voor: een collega docent vraagt of je kunt helpen met het organiseren van een schoolactiviteit, maar je hebt een drukke planning. Wat doe je?
Ik kijk of ik mijn planning kan aanpassen en zoek naar een manier om toch bij te dragen.
Ik zeg eerlijk dat ik geen tijd heb, maar bied aan om een kleine taak op me te nemen.
Ik zeg dat ik niet kan helpen, omdat mijn eigen werk voorrang heeft.
Ik vermijd het gesprek en hoop dat de collega een ander vindt.
Terug
Volgende
7. Wat doe je al docent wanneer je merkt dat een leerling met een taalachterstand moeite heeft om mee te komen in de les?
Ik geef de leerling extra uitleg en ondersteun hem waar nodig, ook buiten de lessen.
Ik vraag de klas om elkaar meer te helpen, zodat de leerling zich meer betrokken voelt.
Ik pas mijn lessen aan zodat ze makkelijker te begrijpen zijn voor alle leerlingen.
Ik verwijs de leerling door naar een begeleidingsprogramma of andere hulp.
Terug
Volgende
8. Je bent docent en tijdens een drukke dag komt een leerling naar je toe met een persoonlijk probleem. Wat doe je?
Ik maak tijd om naar de leerling te luisteren, ook al is het kort, en verwijs hem naar extra hulp als nodig.
Ik zeg dat ik nu geen tijd heb, maar dat we het op een ander moment kunnen bespreken.
Ik luister kort en geef een snelle oplossing, omdat ik geen tijd heb om uitgebreid te praten.
Ik zeg dat ik het probleem niet kan oplossen en adviseer hem er met de mentor over te praten.
Punten totaal
Versturen
Should be Empty: